CFH-Advies
Voor de uitbreiding van een optimale doch falende anti-retrovirale behandeling zijn er nu drie
middelen met een nieuw werkingsmechanisme: enfuvirtide, maraviroc en raltegravir. Raltegravir
heeft hetzelfde indicatiegebied als enfuvirtide, maar is gemakkelijker toe te dienen; maraviroc
heeft een beperkt indicatiegebied.
Raltegravir is een anti-hiv-middel. Het remt het enzym integrase in de humane gastheer-T-cel, waardoor het virale DNA niet kan integreren in het DNA van de gastheercel. Dit verhindert de vermenigvuldiging van het virus.
Kinetische gegevens Plasma-eiwitbinding: 83%. Metabolisering: vooral UGT1A1-geïnduceerde glucuronidatie. Eliminatie: 51% in feces en 32% in urine. T1/2 = in totaal 9 uur; er is een snelle daling van de concentratie (in de α-fase is de halfwaardetijd circa 1 uur).
In combinatie met andere anti-retrovirale geneesmiddelen: behandeling van volwassenen met hiv-1-infectie en aangetoonde hiv-1-replicatie.
Galactose-intolerantie, lapp-lactasedeficiëntie, glucose-galactosemalabsorptie.
Raltegravir passeert de placenta (bij ratten). Teratogenese: Bij de mens, onvoldoende gegevens, bij dieren aanwijzingen voor schadelijkheid. Advies: Gebruik ontraden.
Overgang in de moedermelk: Onbekend (bij de mens), ja (bij dieren). Advies: Borstvoeding door vrouwen met een hiv-infectie wordt ontraden om het overdragen van hiv te voorkomen en vanwege eventuele bijwerkingen door raltegravir bij de zuigeling.
Vaak (1-10%): abnormaal dromen, slapeloosheid. Duizeligheid, hoofdpijn. Vertigo. Opgezwollen buik, buikpijn, diarree, winderigheid, misselijkheid, braken. Huiduitslag. Asthenie, vermoeidheid. Verhoogd ALAT, ASAT en triglyceriden, atypische lymfocyten.
Soms (0,1-1%): genitale herpes, folliculitis, gastro-enteritis, infectie met herpesvirus, influenza, molluscum contagiosum, nasofaryngitis. Huidpapilloom. Anemie wegens ijzergebrek, pijn in lymfeklieren, neutropenie. Immuunreconstitutie, overgevoeligheid. Anorexia, verandering eetlust, diabetes mellitus, dyslipidemie, hypercholesterolemie, hyperglykemie, polydipsie. Angst, verwarring, slaapstoornissen, depressie, wisselende stemming. Amnesie, carpale-tunnelsyndroom, cognitieve stoornis, aandachtsstoornis, dysgeusie, hypo-esthesie, lethargie, geheugenstoornis, migraine, perifere neuropathie, paresthesie, tremoren. Visusstoornis. Tinnitus. Palpitaties, sinusbradycardie, ventriculaire extrasystolen. Opvliegers, hypertensie. Dysfonie, epistaxis, neusverstopping. Gastritis, pijn in de buik, anus of het rectum, obstipatie, droge mond, dyspepsie, oprispingen, gastro-oesofageale reflux, odynofagie, acute pancreatitis, maagzweer, rectale bloeding. Hepatitis. Acne, alopecia, dermatitis acneïforme, droge huid, erytheem, hyperhidrose, verkregen lipodystrofie, lipohypertrofie, nachtelijk zweten, prurigo, pruritus, maculaire uitslag, maculopapulaire uitslag, huidlaesie, urticaria, xeroderma. Artralgie, artritis, rugpijn, lumbalisatie, musculoskeletale pijn, myalgie, nekpijn, pijn in de extremiteiten, tendinitis. Nierfalen, interstitiële nefritis, nefrolithiase, nycturie, niercyste. Erectiestoornis, gynaecomastie, menopauzale verschijnselen. Pijn op de borst, rillingen, oedeem in het gezicht, meer vetweefsel, zich schrikachtig voelen, malaise, perifeer oedeem, pijn, pyrexie. Verhoogde laboratoriumwaarden: AF, amylase, bilirubine, cholesterol, creatinine, glucose, BUN, creatinekinase, nuchter glucose, HDL, lipase, LDL. Minder trombocyten, glucose aanwezig in urine, positief op rode bloedcellen in urine, grotere tailleomtrek, gewichtstoename, minder leukocyten. Verder zijn gemeld: suïcidale gedachten, suïcidaal gedrag, vooral bij patiënten met een voorgeschiedenis van psychische aandoeningen, het stevens-johnsonsyndroom, osteonecrose.
Raltegravir wordt voornamelijk gemetaboliseerd via een UGT1A1-geïnduceerde glucuronidatieroute. Een gelijktijdig toegediende krachtige UGT1A1-inductor, zoals rifampicine, verlaagt de plasmaconcentratie van raltegravir; een verdubbeling van de dosis overwegen. Combinatie met protonpompremmers of andere geneesmiddelen die de pH in de maag verhogen, verhoogt de plasmaconcentratie van raltegravir aanzienlijk; de combinatie alleen toepassen als dit onontkoombaar is.
Waarschuwingen en voorzorgen
Er zijn geen gegevens over de werkzaamheid en veiligheid bij ernstig gestoorde leverfunctie en bij kinderen < 16 j. Er zijn beperkte gegevens over de werkzaamheid en veiligheid bij ouderen. Bij patiënten met een gestoorde leverfunctie, zoals chronische hepatitis, is het risico van verergering groter door gebruik van raltegravir. Ze moeten daarop worden gecontroleerd. Indien de leverfunctie achteruitgaat, moet onderbreking of stopzetting van de behandeling worden overwogen. Voorzichtigheid is geboden bij myopathie of rabdomyolyse in de anamnese of een predispositie hiervoor. Hoewel de oorzaak multifactorieel wordt geacht, zijn er gevallen van osteonecrose gemeld bij patiënten met gevorderde hiv-ziekte en/of langdurig gebruik van anti-retrovirale combinatietherapie; bij optreden van pijn en stijfheid in de gewrichten of van moeilijker bewegen, de patiënt hierop controleren.
400 mg 2×/dag, met of zonder voedsel.
|